Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 4

Artikel 4.4.4

Vergunningvoorschriften

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009

1.. De kapvergunning mag pas worden gebruikt drie weken na bekendmaking van de vergunning. 2.. Indien binnen drie weken na bekendmaking van de vergunning een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter, wordt de werking van de kapvergunning opgeschort totdat de voorzieningenrechter op het verzoek heeft beslist. 3.. Voor het geval de kapvergunning wordt verleend teneinde een voorgenomen bouwplan mogelijk te maken, geldt, onverminderd hetgeen is bepaald in lid 1 en 2, tevens dat de kapvergunning pas mag worden gebruikt wanneer de bouwvergunning is verleend. 4.. Voor het geval de kapvergunning wordt verleend vanwege een bouwvergunningvrij bouwplan dan komt de kapvergunning te vervallen indien het bouwplan niet binnen twee jaar wordt uitgevoerd. 5.. De kapvergunning vervalt indien daarvan niet binnen maximaal een jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in het vierde lid. 6.. Aan de kapvergunning kunnen nog nadere voorschriften worden verbonden.

Rechtspraak bij dit artikel