Voor de toepassing van deze verordening wordt mede verstaan onder:
Eigenaar: opstaller, erfpachter of gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 5.106 NBW of degene die lid is van een coöperatie en op die grond het uitsluitende gebruik heeft van een aan die coöperatie in eigendom toebehorende woning.
Eigendom: opstal, erfpacht, appartementsrecht of lidmaatschap als bedoeld in het eerste lid.
Woning:
een woongebouw in de zin van de Woningwet 1992;
een afzonderlijk gedeelte van een gebouw, welk gedeelte tot bewoning is bestemd;
woningen met gemeenschappelijke voorzieningen, indien en voorzover sprake is van sociale kamerverhuur, als bedoeld in artikel 1 onder q;
een aantal in een plan voor het treffen van voorzieningen administratief samengevoegde woningen, indien en voorzover die voorzieningen bouwtechnisch of in financieel opzicht met elkaar vergelijkbaar zijn;
een zich op het erf van een tot bewoning bestemd gebouw bevindend gebouw, dat bestemd is voor en dient als bergruimte, garages daaronder niet begrepen.
Het verlenen van subsidie: het verlenen van geldelijke steun ten behoeve van het bouwen dan wel het treffen van ingrijpende voorzieningen, waaronder het treffen van voorzieningen van gemeentewege.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening Woninggebonden Subsidies betreffende ingrijpende voorzieningen huurwoningen 1995