Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.3

Artikel 21

Inkomstenvrijlating

Onderdeel van Reïntegratieverordening WWB

1.. Voor een vrijlating van inkomsten komt in aanmerking de uitkeringsgerechtigde die op of na 1 januari 2005 arbeid aanvaardt welke niet leidt tot beëindiging van de uitkering, mits deze arbeid bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. 2.. Onder arbeid als bedoeld in lid 1 wordt niet begrepen arbeid van dezelfde of vergelijkbare werkzaamheden die op basis van een andere arbeidsovereenkomst, uitzendovereenkomst of ambtelijke aanstelling bij dezelfde werkgever zijn uitgevoerd. 3.. De hoogte van deze vrijlating wordt vastgesteld conform artikel 31 lid 2 onder o WWB. 4.. De vrijlating van inkomsten wordt toegekend voor een periode van zes aaneengesloten maanden, ingaande de eerste dag waarop de arbeid is aanvaard. 5.. Een vrijlating van inkomsten wordt gedurende een periode van twaalf maanden na het verstrijken van de eerdere vrijlatingsperiode niet opnieuw toegekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel