Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.3.6

Weigeringsgronden vergunning

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg 2003 (8e wijziging)

1.. Het bevoegd bestuursorgaan weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.3.3, eerste lid, indien: de vestiging of de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend(e) of in procedure zijnd(e) bestemmingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; de speelgelegenheid niet in een gebouw is gevestigd; de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3.3.5 gestelde eisen. 2.. Het bevoegd bestuursorgaan kan een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.3.3, eerste lid, weigeren, indien: een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten; het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid; het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 2.3.3.4 onvoldoende garanties geeft dat het in deze verordening en in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden; het op grond van andere feiten en omstandigheden onvoldoende vaststaat dat het bepaalde in de Wet op de kansspelen niet zal worden overtreden; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel