De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Hierbij kan als criterium de boomwaarde worden gehanteerd.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 5
Artikel 4.5.3a
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg 2003 (8e wijziging)