**1..** De hoofdbewoner of hoofdgebruiker of bij het ontbreken van deze de eigenaar van een gebouw of terrein is verplicht om ter bestrijding van gladheid, het voetpad voor of langs het gebouw of terrein over een breedte van 1 meter:
zo spoedig mogelijk sneeuwvrij te maken of te houden;
indien nodig, met stroefmakende middelen te bestrooien of bestrooid te houden;
**2..** Indien een gebouw of terrein door meer dan één hoofdbewoner of hoofdgebruiker wordt bewoond of gebruikt, rusten de in het eerste lid genoemde verplichtingen op de hoofdbewoner(s) of hoofdgebruiker(s) van de gelijkstraatse verdieping en bij het ontbreken van deze(n) gelijkelijk op de hoofdbewoner(s) of hoofdgebruiker(s) van de overige verdiepingen.
**3..** Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.
**4..** Het in het derde lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 427, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 6
Artikel 2.1.6.1
Bestrijden en voorkomen van gladheid
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg 2003 (1e-2e wijziging)