**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, sub 5 en 6, van de wet kan voor de in artikel 5.1. onderdeel a of b vermelde voorziening in aanmerking komen, indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, inclusief een chronisch psychisch en/of psychosociaal probleem:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
**2..** Ingeval van toekenning van een collectieve vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel b wordt op verzoek van belanghebbende deze voorziening omgezet in een vergoeding in geld, zoals genoemd in artikel 5.1. onderdeel e, indien belanghebbende:
eigenaar is van een auto of houder van een bruikleenauto, die verstrekt is door het UWV;
bovendien een gezinsinkomen heeft van minder dan 1,5 maal de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem genoemde inkomensgrenzen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Het recht op een algemene voorziening en collectieve vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2010