Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 2

Begripsbepalingen

Onderdeel van Scheepvaart- en Havenverordening

Deze verordening verstaat onder: vaartuigen: alle soorten van drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen worden gebruikt danwel bestemd of geschikt zijn voor het dragen en eventueel vervoeren van personen, dieren of stoffen, goederen of voorwerpen, al dan niet met het vaartuig één geheel uitmakend alsmede caissons, ketels en dergelijke voorwerpen en houtvlotten; opgelegde vaartuigen: alle vaartuigen, die tijdelijk of permanent uit de vaart zijn genomen; gezagvoerder of schipper: degene, die op een vaartuig met de leiding is belast of feitelijk de leiding in handen heeft; bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat wordt gebruikt of is bestemd voor bedrijfs-, beroeps-, horeca- of andere doeleinden waarvan de aard al dan niet gebonden is aan een vaartuig; scheepshellingen: de binnen de gemeente liggende scheepshellingen en reparatie-inrichtingen voor schepen; directeur: de directeur Gemeentewerken of de door hem aangewezen ambtenaren; wateren: alle voor het publiek toegankelijke wateren en havens; woonschepen: een vaartuig dat uitsluitend of voornamelijk als woning in gebruik of tot woning bestemd is.

Rechtspraak bij dit artikel