Maken, veranderen van een uitweg
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daar onder verstaat, alsmede alle niet-openbare ontsluitingswegen van gebouwen.
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 5
Artikel 2:12
Artikel 2:12
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2010