Ligplaatsvergunning
Op de op grond van artikel 5.31F, eerste lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van het college van burgemeester en wethouders.
Een ligplaatsvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien:
de eigenaar al een ligplaatsvergunning op naam heeft;
voor de ligplaats al vergunning is verleend;
het woonschip korter is dan 15 meter, langer is dan 20 meter of breder dan 5,5 meter;
gemeten vanaf de waterlijn de goothoogte hoger is dan 5.00 meter en de nokhoogte bij een woonschip met een bol of schuin dak hoger is dan 5.50 meter;
als gevolg van de plaatsing van het woonschip minder dan 3,5 meter vrije ruimte resteert tussen het te plaatsen woonschip en de naastliggende woonschepen;
het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
het woonschip niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het woonschip niet wordt gebruikt voor permanente bewoning;
het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen vier weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen;
De eigenaar dient het schip zelf permanent te bewonen en op grond daarvan ook ingeschreven te staan in de Gemeentelijke basisadministratie.
Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, alsmede nadere regels stellen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.
De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar en vermeld de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.
Het bepaalde in artikel 2, lid a is niet van toepassing indien het een aanvraag betreft voor een woonschip, waarvan het eigendom is verkregen via vererving.
Het college kan ontheffing verlenen van het lid 2 en 3 bepaalde. Het college kan aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.
HOOFDSTUK 5 › AFDELING 6B
Artikel 5.31G
Artikel 5.31G
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Smallingerland 2010