Ontheffingen, die zijn verleend onder de “Drank- en
Horecaverordening 1995” en die van kracht zijn op het moment van
inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als
ontheffingen en vergunningen krachtens deze verordening.
Verleende, rechtsgeldige, verloven blijven van kracht totdat
deze zijn vervangen door een exploitatievergunning op grond van
het in dit voorstel gewijzigde artikel 2.3.1.1. van de Algemene
Plaatselijke Verordening.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de
“Drank- en Horecaverordening 1995” is ingediend zal deze volgens
de nieuwe regeling worden afgehandeld.
Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de “Drank- en
Horecaverordening 1995” wordt beslist met toepassing van deze
verordening.