Naar hoofdinhoud
1.. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen graf, een eigen kindergraf of een keuzegraf, een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven of het keuzegraf is uitgegeven of gereserveerd. 2.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf of tien jaren, mits de aanvraag binnen twee jaar vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend, een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. 3.. Het college verleent, voor zover de bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen in te dienen aanvraag, voor de tijd van vijf jaar het recht op een eigen urnengraf, een eigen plaats in urnentuin of een eigen urnennis, een en ander tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. De termijn begint te lopen op de datum waarop het urnengraf, eigen plaats in urnentuin of plaats in de urnennis is uitgegeven of gereserveerd. 4.. Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van vijf jaar, mits de aanvraag binnen twaalf maanden voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend en tegen betaling van het daarvoor verschuldigde recht. 5.. Een grafrecht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het grafrecht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel