**1..** Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de verordeningen genoemd in artikel 30, tweede lid, blijven, indien en voorzover het onderwerp waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook vervat is in deze verordening, van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
**2..** Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 30, tweede lid, blijven - indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
**3..** Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.
**4..** Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van een verordening bedoeld in artikel 30, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.
**5..** De verplichtingen die voortvloeien uit de ingevolge artikel 30, tweede lid ingetrokken verordeningen, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.
Hoofdstuk IX
Artikel 28
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen van Leidschendam-Voorburg 2004