**1..** Begraving van een stoffelijk overschot of bezorging van as mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de crematieverklaring is overgelegd aan de beheerder.
**2..** Indien de begraving van een stoffelijk overschot of de bezorging van as in een eigen graf, eigen kindergraf, eigen urnengraf, eigen urnennis, eigen plaats in de urnentuin of keuzegraf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
**3..** Begraving of bijzetting van een stoffelijk overschot in een eigen graf, eigen kindergraf of keuzegraf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgifte termijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid.
**4..** De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
**5..** De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
Hoofdstuk III
Artikel 9
Over te leggen stukken
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen van Leidschendam-Voorburg 2004