Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verlenings-, weigerings- en opschortingsgronden

Onderdeel van Bomenverordening Haarlem

1.. Het college kan de vergunning om te kappen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. 2.. Een vergunning wordt geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van houtopstand: natuur- en milieuwaarden; landschappelijke waarden; cultuurhistorische waarden; waarden van stads- en dorpsschoon; waarden voor recreatie en leefbaarheid; monumentale- en waardevolle bomen; bijzondere houtopstand. 3.. In beginsel wordt geen vergunning verleend voor houtopstanden voorkomend op de vastgestelde lijst van bomen, als bedoeld in artikel 5. 4.. In beginsel wordt geen vergunning verleend indien het kappen in strijd is met de Flora- en faunawet, de Habitatrichtlijn, of andere regelgeving inzake natuurbescherming. 5.. De beslissing op een aanvraag van een vergunning tot kappen kan worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op die andere vergunningaanvraag niet is beslist. 6.. Een vergunning tot kappen kan worden opgeschort of geweigerd, nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van de vergunning tot kappen niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid van een beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand heeft aangemeld aan het college. 7.. De burgemeester kan toestemming geven tot direct kappen, indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel