Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Hoogte van de boete

Onderdeel van Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers Leidschendam-Voorburg 2005

1.. De bestuurlijke boete die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn bedraagt onverminderd het bepaalde in artikel 2: 10% van de norm bij het niet of in onvoldoende mate meewerken bij de uitvoering van het gestelde in artikel 2, lid 1 en artikel 4, lid 4 van de wet; 20% van de norm bij het niet of in onvoldoende mate meewerken aanhet bepaalde in artikel 8, artikel 9, lid 1, artikel 10, lid 3 en artikel 12, lid 1 van de wet. 2.. De hoogte van de bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid, wordt eenmalig verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging zoals bedoeld in het eerste lid; Met een besluit waarmee een bestuurlijke boete is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, lid 2. 3.. Indien het college van burgemeester en wethouders heeft vastgesteld dat de betrokken nieuwkomer niet onder de werking van de wet valt, wordt de bestuurlijke boete ambtshalve ingetrokken. 4.. Het college kan in beleidsregels nadere regels stellen omtrent de hoogte van de bestuurlijke boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel