Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 en 13 intrekken als blijkt:
dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste opgave c.q. informatie is verleend;
dat het woonschip niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 7;
de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften;
dat een woonschip gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft, zonder dat de rechthebbende dit schriftelijk gemeld heeft aan het college van burgemeester en wethouders.