In geval van overlijden, of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder, of ingeval van bedrijfsbeëindiging kan de vaste standplaatsvergunning worden overgeschreven op de echtgenoot, de geregistreerde partner, het kind mits deze op dat moment in loondienst of als mede-eigenaar in het bedrijf heeft meewerkte, of een achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een medewerk(st)er van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij aantoonbaar ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
Een aanvraag tot overschrijving als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt ingediend bij het college binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3, namelijk:
bij overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van beide ouders, waarbij het kind de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft;
bij echtscheiding, indien door een rechterlijke uitspraak de desbetreffende markt wordt toegewezen aan degene die niet op de vergunning vermeld staat.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 11.
Overschrijving vaste standplaatsvergunning
Onderdeel van Nadere regels voor de warenmarkt in de gemeente Oosterhout