Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 13

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening 1999

De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9 lid 2 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermden gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen; niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de Monumenten commissie gezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel