onder de subsidiabele restauratiekosten worden die kosten verstaan, die direct samenhangen met de in artikel 1 lid 3 bedoelde restauratiewerkzaamheden en die zijn opgenomen in de “Leidraad subsidiabele restauratiekosten”en de “ Leidraad subsidiabele onderhoudskosten” zoals die door het Ministerie van OCW op 4 januari 1999 zijn vastgesteld en in Staatscourant 17 van 26 januari 1999 zijn gepubliceerd.
Het betreft de volgende kosten:
De aanneemsom, die betrekking heeft op de restauratiewerkzaamheden.
Het architectenhonorarium, de constructeur en de kosten van het dagelijks toezicht naar evenredigheid van verhouding tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten, waarbij de berekeningsmethodiek wordt aangehouden, zoals die is opgenomen in de “Beleidsregels onderhoud en restauratie monumenten” van het Ministerie van OCW van 4 januari 1999.
Bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek, dat noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de monumentale waarde, voor zover die niet blijkt uit de uit de beschrijving in de gemeentelijke monumentenlijst.
De leges die evenredig wordt verdeeld tussen de subsidiabele en niet- subsidiabele restauratiekosten.
De verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is.
Installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag voor zover deze door burgemeester en wethouders zijn voorgeschreven.