Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Havenverordening Leidschendam-Voorburg 2004

Deze verordening verstaat onder: vaartuig: alle soorten van drijvende lichamen, die wegens hun drijfvermogen worden gebezigd, danwel bestemd of geschikt zijn voor het dragen en ventueel vervoeren van personen, dieren en/of stoffen, goederen en/of voorwerpen, al dan niet met het vaartuig één geheel uitmakende, alsmede houtvlotten, e.d. pleziervaartuig: een gangbare motor-, roei- of zeilvaartuig dat is bestemd voor of wordt gebezigd voor het vervoer van personen - anders dan tegen betaling en niet zijnde bedrijfsvervoer - ter beoefening van de pleziervaart of de amateurvisserij. schipper: degene die aan boord van enig vaartuig voortdurend of tijdelijk het gezag voert, of - in het geval noch de gezagvoerder noch diens plaatsvervanger aanwezig is - de eigenaar c.q. de gebruiker van het vaartuig. haven: de gemeentelijke haven, gelegen in de wijk Klein Plaspoelpolder, globaal begrensd door de Vliet, de Plaspoelkade en de zgn. Zandsloot, ook wel genaamd ´de Haven Klein Plaspoelpolder´, de gemeentelijk haven, gelegen in de wijk de Rietvink, globaal begrensd door de Vliet, Laurentiusweer en de Wickelaan, ook wel genaamd ´de Rietvinkhaven´, de gemeentelijke haven, gelegen in de wijk Voorburg Oud, globaal begrensd door de Vliet en de oude haven, ook wel genaamd ´de Oude Haven´. de kleine gemeentelijke insteekhaven (of voormalige spoorhaven), gelegen in de wijk Voorburg Oud, globaal begrensd door de Vliet en het parkeerterrein direct gelegen aan de westzijde van het NS-station Leidschendam-Voorburg, ook wel genaamd ´de Insteekhaven´. de gemeentelijke aanlegplaatsen of aanlegstrook, gelegen in de wijk De Rietvink, langs de Vliet in Park Rozenrust, ook wel genaamd 'Passantenplaatsen Park Rozenrust'. ligplaats: een door het college voor huurders, kopers of passanten bestemde ligplaats in één van de onder d vermelde havens. passantenligplaats: de door het college als zodanig aan te wijzen en met een bord als zodanig aangegeven ligplaats welke voor slechts maximaal 3 x 24 uur gebruikt mag worden. havenmeester: de door het college aangewezen ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel