Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 15

Termijnen particuliere graven

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Boekel

Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaren het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het grafrecht is uitgegeven. Een recht als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18 lid 2 (overschrijving). Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. Indien alsnog een uitsluitend recht wordt verleend op een bestaand algemeen graf, wordt de termijn gedurende welke het recht geldt, geacht te zijn aangevangen vanaf de datum waarop het algemene graf in gebruik is genomen. Hiervoor geldt het tarief van het jaar waarin het uitsluitend recht wordt omgezet. Binnen één jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het grafrecht kan worden verzocht doet de houder van de begraafplaats aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijn. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 4, om verlenging van het grafrecht is verzocht, maakt de houder van de begraafplaats de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, tot het einde van de periode waarvoor het recht was gevestigd. Grafrechten kunnen niet eerder worden verlengd dan twee jaar voor het verstrijken van de graftermijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel