Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 11

Voorschot

Onderdeel van Nadeelcompensatieverordening voor infrastructurele werken 2005

1.. Het college kan - de adviesinstantie gehoord – de verzoeker, die redelijkerwijs in aanmerking komt voor nadeelcompensatie, op diens uitdrukkelijk verzoek een voorschot verstrekken, indien de verzoeker een spoedeisend belang bij een toekenning aannemelijk heeft gemaakt. De verzoeker kan zijn verzoek om een voorschot schriftelijk indienen bij het college. Het college beslist binnen 6 weken op het verzoek om verstrekking van een voorschot. 2.. De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal ten hoogste vier weken worden verlengd. Het college deelt aan de verzoeker schriftelijk en onder opgaaf van redenen mee, waarom de termijn wordt verlengd. Het college geeft daarbij aan binnen welke termijn het besluit aan de verzoeker wordt toegezonden. 3.. Met het verstrekken van het voorschot wordt geen recht op nadeelcompensatie erkend. 4.. Het voorschot wordt alleen dan verstrekt, wanneer de verzoeker schriftelijk de verplichting aanvaardt tot onvoorwaardelijke gehele of gedeeltelijke terugbetaling, wanneer op grond van het definitief oordeel van het college op het verzoek blijkt, dat het voorschot geheel of gedeeltelijk ten onrechte is verstrekt. Voor de terugbetaling van een geheel of ten dele ten onrechte ontvangen voorschot kan het college zekerheidstelling, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie, verlangen.

Rechtspraak bij dit artikel