Naar hoofdinhoud

Titeldeel 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Percentageverordening beeldende kunst 2006

1. de hoogte van de percentages van de stichtingskosten van projecten waarvoor opdrachten op het gebied van de beeldende kunst worden verleend, worden als volgt worden vastgesteld: voor gemeentelijke gebouwen en scholen van het openbaar en bijzonder onderwijs: bij nieuwbouw: - 2% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten tot € 45.378,02 - 1% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 45.378,02 tot € 453.780,02 met een minimum van € 907,56. - 1% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 453.780,02 of meer, met een minimum van € 6.806,70. bij verbouwing en modernisering: - 1% wanneer de werkelijke kosten een bedrag van € 45.378,02 tot € 453.780,02 belopen - 1% wanneer de werkelijke kosten een bedrag van € 453.780,02 of meer belopen met een minimum van € 6.806,70. voor niet-gemeentelijke gebouwen, in de stichtingskosten waarvan de gemeente een aandeel levert: - 1% van het gemeentelijk aandeel in de werkelijke kosten van € 45.378,02 tot € 453.780,02; - 1% van het gemeentelijk aandeel in de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 453.780,02 of meer, met een minimum van € 6.806,70 onder de voorwaarde dat de andere participanten voor hun aandeel in de stichtingskosten eenzelfde percentage toepassen; nieuwe bestemmingsplannen: - 1% van de kosten van bouwrijpmaken van de bouwcomplexen van het grondbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel