1. 1. de hoogte van de percentages van de stichtingskosten van projecten waarvoor opdrachten op het gebied van de beeldende kunst worden verleend, worden als volgt worden vastgesteld:
    • - voor gemeentelijke gebouwen en scholen van het openbaar en bijzonder onderwijs: bij nieuwbouw: - 2% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten tot € 45.378,02 - 1% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 45.378,02 tot € 453.780,02 met een minimum van € 907,56. - 1% van de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 453.780,02 of meer, met een minimum van € 6.806,70. bij verbouwing en modernisering: - 1% wanneer de werkelijke kosten een bedrag van € 45.378,02 tot € 453.780,02 belopen - 1% wanneer de werkelijke kosten een bedrag van € 453.780,02 of meer belopen met een minimum van € 6.806,70.
    • - voor niet-gemeentelijke gebouwen, in de stichtingskosten waarvan de gemeente een aandeel levert: - 1% van het gemeentelijk aandeel in de werkelijke kosten van € 45.378,02 tot € 453.780,02; - 1% van het gemeentelijk aandeel in de werkelijke kosten bij stichtingskosten van € 453.780,02 of meer, met een minimum van € 6.806,70 onder de voorwaarde dat de andere participanten voor hun aandeel in de stichtingskosten eenzelfde percentage toepassen;
    • - nieuwe bestemmingsplannen: - 1% van de kosten van bouwrijpmaken van de bouwcomplexen van het grondbedrijf.