**1.** Het college kan de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete
opleggen ten bedrage van:
Maximaal 10% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde
bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de
inburgeringsplichtige geen gehoor geeft aan de oproep van het
college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende
medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25,
tweede lid, van de wet;
Maximaal 40% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde
bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de
inburgeringsplichtige onvoldoende medewerking verleent aan de
uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening,
bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de bij
verordening vastgestelde verplichtingen in het kader van deze
voorziening, bedoeld in artikel 23, derde lid, van de wet;
Maximaal 40% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde
bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
het inburgeringsexamen heeft behaald;
Maximaal 40% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde
bijstandsnorm voor de duur van twee maanden indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
inburgeringsexamen heeft behaald.
**2.** Bij de vaststelling van het boetebedrag voor een
inburgeringsplichtige zonder WWB-uit-
kering, geldt de netto bijstandsnorm die voor betrokkene geldt of
zou gelden als hij belang
hebbende in de zin van de WWB zou zijn, zonder nadere vaststelling
van de woonomstan
digheden. Er wordt in alle gevallen uitgegaan van de norm voor
zelfstandig wonenden.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende gedragingen
Onderdeel van Verordening inburgering 2007