Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Schadevergoeding

Onderdeel van Monumentenverordening Leidschendam-Voorburg 2004

1.. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van deze verordening; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument; de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning te verlenen om graafwerk te verrichten in een archeologisch monument; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning voor het verrichten van graafwerk in een archeologisch monument, schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2.. Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel