**1..** De uitkeringsgerechtigde kan in aanmerking komen voor vrijlating van inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25% van deze inkomsten, met een door de landelijke overheid vastgesteld maximum per maand, voorzover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
**2..** In beleidsregels stelt het college bepalingen vast ten aanzien van de criteria waarop de inkomstenvrijlating plaatsvindt en neemt hierbij het maximale bedrag van de maandelijkse vrijlating op.
Hoofdstuk 5
Artikel 20
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005