Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 20

Inkomstenvrijlating

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005

1.. De uitkeringsgerechtigde kan in aanmerking komen voor vrijlating van inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25% van deze inkomsten, met een door de landelijke overheid vastgesteld maximum per maand, voorzover hij algemene bijstand ontvangt en dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. 2.. In beleidsregels stelt het college bepalingen vast ten aanzien van de criteria waarop de inkomstenvrijlating plaatsvindt en neemt hierbij het maximale bedrag van de maandelijkse vrijlating op.

Rechtspraak bij dit artikel