In afwijking van het bepaalde in artikel 6 is voor de navolgende taken van de directeur geen verder (onder)mandaat mogelijk:
bevoegdheden op grond van de CAR/UWO in relatie tot de rechtspositie van de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer;
In afwijking van het bepaalde in artikel 6 is voor de navolgende taken van de (adjunct-)directeur geen verder (onder)mandaat mogelijk:
besluiten tot het op eigen verzoek verlenen van ontslag aan een medewerker alsmede de besluiten tot benoeming in een functie van medewerker;
alle besluiten op grond van het CAR/UWO of de geldende lokale regelingen die hieraan gekoppeld zijn, voorzover deze genomen worden ten aanzien van een onder zijn/haar aansturing vallend afdelingshoofd of de concerncontroller;
In afwijking van het bepaalde in artikel 6 is geen verder (onder)mandaat mogelijk ten aanzien van besluiten met negatief rechtsgevolg als bedoeld in artikel 4, lid 3 en 4, tenzij het bestuursorgaan bij het besluit zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, expliciet aangeeft dat ondermandaat verleend mag worden. In dit laatste geval is het bepaalde in artikel 6 onverkort van toepassing.