Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 41

Verslag; verantwoording

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Indien de raad bespreking wenst van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Ieder lid van de raad kan aan een lid als bedoeld in lid 1 schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van mondelinge informatie, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing. Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste veertien dagen tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde bestuur. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad een van de in het eerste lid bedoelde personen heeft benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel