De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen van de raad bijwonen.
Het is hun verboden tijdens de vergadering tekenen van goed- of afkeuring te geven, alsmede zich zodanig te gedragen dat daardoor, naar het oordeel van de voorzitter, het verloop van de vergadering wordt gestagneerd of gestoord.
De voorzitter zorgt voor de handhaving van dit verbod en voor de bewaring van de orde en de stilte.
Toehoorders die zich niet terstond overeenkomstig de aanwijzingen van de voorzitter gedragen kunnen op zijn/haar last worden verwijderd.
Hoofdstuk
Artikel 46
Toehoorders en pers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad