Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in, bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt ter vergadering de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal) stembureau. De vergadering wordt voor de duur van het onderzoek geschorst. De commissie vangt terstond met het onderzoek aan en brengt, bij monde van een uit haar midden aangewezen lid, verslag uit met toevoeging daaraan van bepaalde conclusies of voorstellen. De raad neemt ter zake terstond een beslissing of, indien verdaging van deze beslissing noodzakelijk is, zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering. De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij/zij zijn/haar betrekking volgens de Gemeentewet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig die van de commissie als bedoeld in lid 1.

Rechtspraak bij dit artikel