Het onderzoek van de geloofsbrieven van benoemd verklaarde leden heeft plaats in de eerste vergadering nadat deze geloofsbrieven zijn ingekomen. Dit onderzoek wordt verricht door een commissie van drie leden, die daartoe uit de ter vergadering aanwezige leden door de voorzitter worden aangewezen.
De vergadering wordt voor de duur van het onderzoek geschorst.
De commissie vangt terstond met het onderzoek aan en brengt, bij monde van een uit haar midden aangewezen lid, verslag uit met toevoeging daaraan van bepaalde conclusies of voorstellen.
De raad neemt terzake terstond een beslissing of, indien verdaging van deze beslissing noodzakelijk is, zo mogelijk in de eerstvolgende vergadering.
De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij/zij zijn/haar betrekking volgens de Gemeentewet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig die van de commissie als bedoeld in lid 1.
Hoofdstuk
Artikel 4
Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad