**1..** Na het spreekrecht als bedoeld in artikel 17 is er een vragenuur van maximaal 30 minuten, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de voorzitter voorstellen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.
**2..** Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter bepalen dat van de termijn wordt afgeweken. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de commissievergadering op diezelfde dag aan de orde komt.
**3..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad.
**5..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om staand vanachter een katheder één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
**6..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen en kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De vragensteller, de burgemeester of de wethouder geven staand vanachter een katheder antwoordt.
**7..** Tijdens het vragenuur worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 17a
Vragenuur
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Leidschendam-Voorburg 2002