**1..** De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast.
**2..** De vraagstelling dient helder en eenduidig beantwoordbaar te zijn met:
**v.** ja of neen;
**v.** een voorkeur voor één van twee alternatieven, dan wel zo nodig voor geen van beide.
**3..** De vraagstelling bij een referendum op initiatief van de raad gaat vergezeld van de in artikel 7, tweede lid, genoemde:
**a..** toelichting op de aard en inhoud van de beleidskwestie;
**b..** analyse van de achtergronden van de beleidskwestie;
**c..** beschrijving van de gevolgen, de financiële daaronder begrepen, van een positief antwoord en van een negatief antwoord op de vraagstelling, dan wel van een keuze voor een bepaalde optie;
**d..** een overzicht van de argumenten voor en tegen van de in de vraagstelling opgenomen keuzemogelijkheden.
**4..** Het in het vorige lid, sub d, bedoelde overzicht van argumenten wordt vastgesteld nadat een ieder in de gelegenheid is gesteld argumenten in te dienen en met gebruikmaking van de resultaten hiervan.
**5..** De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.