De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a. indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt;
b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontehffing is vereist;
c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
e. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hilversum 2010