Naar hoofdinhoud

Artikel 2.1.4.1

Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie ervan

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hilversum 2010

1.. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1; terrassen als bedoeld in de Horecaverordening Hilversum; standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3; voorwerpen of stoffen waarop gedachten en gevoelens worden geopenbaard; uitstallingen en losse reclameborden bij winkels. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van uitstallingen en losse reclameborden bij winkels. Het is verboden om zonder voorafgaande melding een uitstalling of een los reclamebord te hebben op de weg. Een melding wordt tenminste 5 werkdagen voor de plaatsing gedaan door middel van een door het college vastgesteld meldingsformulier. kleine objecten die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg worden geplaatst ten behoeve van (bouw)werkzaamheden. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van deze objecten. Het is verboden om zonder voorafgaande melding deze objecten op de weg te plaatsen. vlaggen, wimpels en vlaggestokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: - geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; - geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt en geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt; spandoeken met een niet-commerciële doeleind, mits opgehangen op de vastgestelde locaties voor spandoeken. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van deze spandoeken. Het is verboden om zonder voorafgaande melding deze spandoeken te plaatsen. 5.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 6.. De weigeringsgronden in het derde lid gelden niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet, de Woningwet of de Wet milieubeheer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel