Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2.1a

Bedrijfsplan

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hilversum 2010

1.. Een seksinrichting of escortbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de eigenaar treft: a. op het gebied van hygiëne; b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2.. De door de eigenaar te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: de hygiëne in een seksinrichting of escortbedrijf voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een eigenaar in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; de prostitué(e) zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de eigenaar voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; de prostitué(e)niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; de prostitué(e) vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; de prostitué(e) klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; de prostitué(e) kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; aan de voor de eigenaar werkzame leidinggevende voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; de eigenaar zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostitué(e) voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; de eigenaar voor elke voor of bij hem werkzame prostitué(e) kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; de eigenaar of leidinggevende zich er regelmatig van vergewist dat de prostitué(e) niet door derden gewongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; de eigenaar aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostitué(e) wil stoppen met haar werk in de prostitutie; de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende sexinrichtingen beperkt wordt. 3.. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4.. De eigenaar meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5.. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostitué(e) die werkzaam is voor of bij de eigenaar. 6.. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen, waaronder Nederlands, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostitué(e) klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.

Rechtspraak bij dit artikel