Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Artikel 9

Onderdeel van Verordening Commissie Oudheidkundig Bodemonderzoek

1.. De zittingsduur van de leden van de commissie valt samen met die van de leden van de gemeenteraad. 2.. Aftredende leden zijn hernoembaar. 3.. De leden treden af zodra zij niet meer de hoedanigheid bezitten of de functie bekleden op grond waarvan zij tot lid van de commissie zijn benoemd. 4.. Een lid kan altijd ontslag nemen. 5.. De benoeming ter vervulling van een vacature vindt plaats binnen acht weken nadat deze is ontstaan. 6.. Het lid van de commissie dat voor het lidmaatschap bedankt, blijft lid tot het tijdstip dat in de vacature is voorzien, maar niet langer dan 8 weken na de datum waarop de ontslagaanvraag bij de gemeenteraad is ingediend. 7.. De gemeenteraad is bevoegd leden van de commissie te ontslaan; ontslag van de leden genoemd in artikel 4, lid 2, b., c. en e. gebeurt alleen op verzoek van de instantie die bevoegd is tot een voordracht tot benoeming. 8.. Tussentijds benoemde leden treden af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats zij benoemd zijn, zouden zijn afgetreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel