Een raadslid wendt zich rechtstreeks tot de ambtenaar, die
belast is met het onderwerp, waarover het raadslid wil spreken,
met een verzoek om:
feitelijke informatie;
inzage in of afschrift van documenten die op de
gevraagde zaak betrekking hebben en waarop geen
geheimhoudingsplicht rust.
Deze informatie wordt zo veel mogelijk buiten de te houden
vergaderingen over het onderwerp gevraagd en verstrekt.
Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
hij de directeur daarvan in kennis. De directeur beslist
daarover en meldt dit aan de secretaris. De secretaris stelt de
griffier in kennis wanneer de informatie niet wordt
verstrekt.