1. Het college stelt jaarlijks vóór 1 maart voorafgaande aan het daaropvolgende schooljaar een overzicht vast van het maximum aantal klokuren waarop de afzonderlijke scholen aanspraak kunnen maken en stellen dit overzicht ter beschikking van de schoolbesturen.
2. Op voorstel van de betrokken schoolbesturen c.q. hun vertegenwoordigers stelt het collegevóór 1 juni vast het rooster van het onderwijsgebruik door de scholen voor basisonderwijs van de op het grondgebied van de gemeente gelegen gymnastiekruimten.
Hiertoe wordt het gewenste onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een capaciteit van 26 klokuren per week per gymnastiekruimte.
3. Bij de vaststelling van het in lid 2 bedoelde rooster wordt het volgende in acht genomen:
a. de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals opgenomen in bijlage I, deel B;
b. het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school het eerst ingeroosterd voor die gymnastiekruimte;
c. het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één
gymnastiekruimte;
d. het aantal klokuren wordt zoveel mogelijk aaneensluitend ingeroosterd;
e. met de bestaande verplichtingen van bij een of meer schoolbesturen in dienst zijnde vakleerkrachten gymnastiek wordt bij voorrang rekening gehouden; met wensen hunnerzijds naar vermogen;
f. bij de inroostering van het aantal klokuren is het vakantierooster, zoals vastgesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het uitgangspunt. Dit houdt in, dat de gymnastiekruimten, voorzover in eigendom van de gemeente, gedurende de daarin geplande vakantieperiode gesloten zijn en niet voor onderwijsdoeleinden beschikbaar zijn.
4 Het rooster vermeldt per school voor basisonderwijs de volgende gegevens:
a het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd in een gymnastiekruimte;
b de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de tijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt;
c een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één gymnastiekruimte plaatsvindt;
d. voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het aantal klokuren dat ingevolge de “beleidsregel bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs” voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag van de school. Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door de gemeente in aanmerking komt.
5. Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen twee weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen voor. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg vindt plaats binnen twee weken na toezending van het voorstel. In het overleg worden de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot inroostering.
6. Met inachtneming van de reacties van de bevoegde gezagsorganen stelt het college voor 15 juni volgend op de genoemde datum in het derde lid, de definitieve inroostering vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van een of meer in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
7. Binnen twee wekenna vaststelling van de inroostering ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke mededeling van het college over de inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het volgende schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32, vierde lid.
HOOFDSTUK 7
Artikel 38
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs