1.Voor geurgevoelige objecten in de aangewezen gebieden zoals die zijn
aangeduid op de
1. bij deze verordening behorende kaart is een andere afstand van toepassing
dan de
1. desbetreffende afstand, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet
geurhinder en
1. veehouderij.
De afstanden, uitgedrukt in meters, voor nertsen worden als volgt
bepaald:
Aantal fokteven van Nertsen (Rav-nr. H1)
Gebied
1–1000
1001–1500
1501–3000
3001–6000
6001–9000
A
175
200
225
250
275
B
175
200
225
250
275
C
175
200
225
250
275
D
175
200
225
250
275
E
175
200
225
250
275
F
100
125
150
175
200
In de berekening worden jongen en reuen buiten beschouwing
gelaten.
Indien meer dan 9000 fokteven worden gehouden, wordt de afstand voor
elke extra 3000
fokteven met 25 meter vergroot.
Indien de nertsen in emissiearme huisvesting worden gehouden,
waarbij de ammoniakemissie kleiner dan of gelijk is aan 0,25 kg per dierplaats
per jaar, worden de afstanden tot geurgevoelige objecten in de gebied E met 25 meter
verkleind.
Indien het geurgevoelig object onderdeel uitmaakt van een andere
veehouderij, of op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere
veehouderij, bedraagt de afstand tot dat geurgevoelig object:
ten minste 100 meter indien het geurgevoelig object binnen
de bebouwde kom is gelegen in de gebieden A, B, C, D of E;
ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object is
gelegen in gebied F.
Slotbepalingen
Artikel 5
Andere afstand voor pelsdieren
Onderdeel van Verordening Geurhinder en veehouderij Gemeente West Maas en Waal