Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Voorwaarden voor verlening huisvestingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 van de gemeente Haarlem

1.. Het college verleent de vergunning als tenminste één van de leden van het huishouden dat de vergunning aanvraagt, behoort tot de in de artikelen 8 en 9 van deze verordening en artikel 9, lid 2 van de wet genoemde categorieën. 2.. Voor een huurwoning gelden in aanvulling op lid 1 nadere voorwaarden: de woonruimte wordt volgens de artikelen 10 en 11 passend geacht; de eigenaar is aantoonbaar bereid de woning te verhuren. 3.. Voor een standplaats voor een woonwagen gelden in aanvulling op lid 1 de volgende voorwaarden: de eigenaar van de standplaats is aantoonbaar bereid deze aan de standplaatszoekende in gebruik te geven; de standplaatszoekende komt voor een standplaats in aanmerking overeenkomstig de in artikel 12 opgenomen volgordebepaling. 4.. Voor een ligplaats voor een woonschip gelden in aanvulling op lid 1 de volgende voorwaarden: de ligplaats is door de raad of het college als zodanig aangewezen; de eigenaar van de ligplaats is aantoonbaar bereid deze aan de ligplaatszoekende in gebruik te geven. 5.. In afwijking van lid 2b wordt een principe-huisvestingsvergunning afgegeven als de eigenaar niet bereid is de woonruimte te verhuren en de aanvraag is gedaan met het oog op het bepaalde in de artikelen 267 lid 6, 268 lid 3 of 270 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de aanvrager voldoet aan het gestelde in lid 1 en lid 2a. 6.. De vergunning wordt geweigerd als verlening hiervan ertoe zou leiden dat aanvrager meer dan één woning in gebruik heeft. 7.. Op of bij de vergunning is de volgende informatie vermeld: binnen 2 maanden kan van de vergunning gebruik worden gemaakt; de naam (namen) van de vergunninghouder(s); het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel