De norm wordt verhoogd:
met een toeslag gelijk aan 20% van de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet, indien de alleenstaande of alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kind(eren) een woning bewoont waarin geen ander hoofdverblijf heeft, behalve wanneer het betreft een of meer anderen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt;
met een toeslag gelijk aan 10% van de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kind(eren) een woning bewoont waarin tegelijkertijd een of meer anderen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, hoofdverblijf hebben.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Leidschendam-Voorburg 2005