De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de
inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
college op redelijke gronden kan vermoeden, dat deze
inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de
wet. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in
door het college vast te stellen beleidsregels.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van
de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
verordening. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt
vastgelegd in door het college vast te stellen
beleidsregels.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid,
van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op
grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. De
opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in door het
college vast te stellen beleidsregels.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,-- indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
inburgeringsexamen heeft behaald.
Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van
de Wet werk en bijstand, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd,
maar een maatregel in het kader van de Wet werk en bijstand
(artikel 37 Wi).
Hoofdstuk 4.
Artikel 11
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Beek.