**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 30 eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet beschouwd als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft :
verzorgingsbehoevende die door belanghebbende worden verzorgd.
meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd.
**4..** In afwijking van lid 1 en 2 van dit artikel wordt geen toeslag als bedoeld in artikel 30, lid 1 van de wet verleend, indien die ander de niet-rechthebbende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde is en algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt;
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
- Toeslagen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren 2010