De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte
van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door
die fractie in volgende jaren.
De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de
fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge
artikel 8.
Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over
dat jaar.
De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de
fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de
fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger
daarvan kan worden beschouwd.
Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht
op dat meerdere.
Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld
over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal
bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve
niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de
oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar
ontving.
Paragraaf 2:
Artikel 12.
Artikel 12.
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning