Op aanbeveling van het dagelijks bestuur benoemt het algemeen bestuur een lid van het dagelijks bestuur tot voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
De voorzitter leidt de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Als de voorzitter niet meer het vertrouwen heeft van het algemeen bestuur kan hem ontslag worden verleend door het algemeen bestuur.