Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur.
De directeur opereert onder verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur. De aanstelling en het ontslag van personeel en de indienstneming, de plaatsing en het ontslag van werknemers geschiedt door de directeur, namens en onder verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur.
De directeur woont in principe de vergaderingen van het bestuur bij.
Tot de taak van de directeur behoren in het bijzonder:
het opstellen van begrotingen, jaarrekeningen en meerjarenramingen ter goedkeuring door het bestuur;
de zorg voor een adequaat personeelsbeleid en personeelsbeheer en de juiste toepassing van rechtspositieregelingen;
het financieel-economisch beheer;
het inschakelen van externe adviseurs.
Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de administrateur. De administrateur is onder toezicht van de algemeen directeur belast met het opmaken van de financiële administratie en de verslaggeving daarvan. Hij kan zich in dit kader rechtstreeks wenden tot het algemeen bestuur.