Het bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de in artikel 22 bedoelde deskundige(n), met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 1 mei aan aan de raden.
De raden kunnen binnen twee maanden, nadat de jaarrekening is toegezonden, daartegen bij het algemeen bestuur schriftelijk bezwaren indienen.
Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. Van de vaststelling doet het algemeen bestuur mededeling aan de raden.
De vastgestelde jaarrekening wordt binnen twee weken na vaststelling met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten gezonden.
Vaststelling van de jaarrekening strekt het'algemeen bestuur en de administrateur tot décharge.
In de jaarrekening wordt het door elke gemeente over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. Het bepaalde in artikel 21 is van overeenkomstige toepassing.
Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21 bepaalde en het werkelijk verschuldigde, vindt plaats terstond na de in het derde lid bedoelde mededeling van de vaststelling van de jaarrekening.