Een gemeente kan uittreden bij een daartoe strekkend besluit van het desbetreffende college, dat onmiddellijk ter kennis wordt gebracht van het algemeen bestuur.
De uittreding gaat in, twee jaar na het verstrijken van het jaar, waarin het besluit is genomen, en niet eerder dan nadat de betreffende besluiten zijn opgenomen in de registers genoemd in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Het algemeen bestuur stelt tenminste zes maanden voor de datum van een tussentijdse uittreding van een gemeente een regeling op omtrent de gevolgen van de uittreding waarin in ieder geval de financiële afwikkeling is opgenomen, welke regeling wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten.